Preek op de gedachtenis van Allerzielen, 2 november 2010
Er zijn verhalen uit het Jodendom, verhalen over de opstand van de Makkabese broeders, waarbij gezegd wordt dat het goed is om te bidden voor de overledenen.
Er zijn verhalen uit het Jodendom, verhalen over de opstand van de Makkabese broeders, waarbij gezegd wordt dat het goed is om te bidden voor de overledenen.
Bidt voordat je werkt. Dat betekent dat je gewoon door de dag, even het hart op God richt, met een enkele gedachte, maar ergens op de dag ook wat meer tijd maakt. In het gebed ben je dichter bij God.
Zacheüs was rijk geworden, topambtenaar met veel bonussen, maar met geld kan je geen liefde kopen, geen vrienden, geen aanzien en geen achting.
De mensheid gedraagt zich meer en meer als God, heersend over leven en dood. Ieder van ons raakt beïnvloed door deze wereld, door het idee dat alles maakbaar is. Ook de kleine mens, Jan modaal, voelt zich steeds meer God in eigen huis.
Godsdiensten en religies, ze worden dikwijls door elkaar gebruikt, en dat kan soms ook, maar toch is ook het verschil belangrijk.
Als ze naar Mozes en de profeten niet luisteren, zullen ze zich ook niet laten overreden als er iemand uit de doden opstaat.
De liefde van Jezus voor de zondaars is groot.
“Wie is de naaste van dit slachtoffer?” vraagt Jezus. “Degene die hem barmhartigheid betoond heeft.” antwoordt de Wetgeleerde.
Iedere mens wordt door God geroepen.
Wie zeggen de mensen dat Jezus is. Wat zeggen de kranten en de boeken over Jezus? Wat voor beeld geven films en documentaires over Jezus? Bijna tweeduizend jaar geleden stelde Jezus deze vraag aan zijn leerlingen en al bijna tweeduizend jaar wordt er over Hem geschreven, gedacht, gediscussieerd en ruzie gemaakt.
Hebt u Jezus lief? Bemint u Jezus?
Gij zult de Heer uw God liefhebben, totaal en van harte, met heel uw wezen en met uw volledige inzet. Dat gebod breidt Jezus uit naar elkaar: jullie moeten elkaar liefhebben.